Wanneer een baby vaak wakker wordt, moeilijk inslaapt of veel nabijheid nodig heeft tijdens de nacht, krijgen ouders vaak dezelfde boodschappen te horen: “Je moet consequenter zijn”, “Je baby heeft verkeerde slaapassociaties” of “Je moet hem leren zelfstandig slapen.”
Maar wat als slaap niet uitsluitend het gevolg is van wat ouders doen?
Steeds meer onderzoek suggereert dat ook het temperament van een kind een belangrijke rol speelt in hoe slaap zich ontwikkelt. Dat betekent niet dat ouders geen invloed hebben, maar wel dat slaap veel complexer is dan soms wordt voorgesteld. In mijn zoektocht naar antwoorden op het uitdagende slapen van mijn eigen kind en die van vele ouders die ik intussen heb begeleid, is de kennis rond temperament van grote waarde. Ik ga in deze blog dieper in op welke verbanden er al gevonden werden in de wetenschap en waar nog vraagtekens liggen voor de toekomst.
Wat is temperament?
Temperament verwijst naar aangeboren verschillen in hoe kinderen de wereld ervaren en erop reageren.
Sommige kinderen lijken vanaf de geboorte gevoeliger voor prikkels. Anderen ervaren emoties intenser, hebben meer tijd nodig om te schakelen tussen activiteiten of zoeken vaker nabijheid wanneer ze spanning ervaren.
Deze verschillen maken deel uit van de unieke biologische aanleg van een kind en worden verder ontwikkeld onder invloed van de omgeving (en dat mag je heel ruim nemen: de opvoeding, relaties, vroege ervaringen, maar ook voeding en milieu spelen een rol). Dit staat bekend als het ‘bio-psycho-sociale model’ van ontwikkeling.
Het idee dat kinderen vanaf hun geboorte verschillen in hoe ze de wereld ervaren, is niet nieuw.
In de jaren 1950 en 1960 volgden de kinderpsychiaters Alexander Thomas en Stella Chess honderden kinderen gedurende meerdere jaren. Hun beroemde “New York Longitudinal Study” liet zien dat veel individuele verschillen al vroeg in het leven zichtbaar zijn en relatief stabiel kunnen blijven.
Op basis van hun onderzoek beschreven zij negen temperamentkenmerken:
- Beweeglijkheid
- Prikkelgevoeligheid
- Intensiteit
- Aanpassingsvermogen
- Voorspelbaarheid in ritme
- Doorzettingsvermogen
- Afleidbaarheid
- Humeur
- Eerste reactie bij nieuwe situaties
Thomas en Chess benadrukten dat geen enkel temperament beter of slechter is dan een ander. Hun bekendste inzicht was het concept van “goodness of fit”: kinderen floreren wanneer hun omgeving voldoende aansluit bij hun unieke temperament.
Deze inzichten werden de afgelopen decennia verder verfijnd, o.a. met het temperament model van Rothbart & Bates. Dit model sluit mooi aan bij alle nieuwe inzichten over de neurobiologie van jonge kinderen. Zij onderscheiden drie dimensies van temperament:
- Negatieve affectiviteit (hoe gemakkelijk en intens worden negatieve emoties ervaren?)
- Surgency/Extraversie (hoe actief en energiek is het kind?)
- Zelfregulatie (‘effortful control’ – aandacht, emoties & gedrag reguleren).
Het is geen verrassing dat deze dimensies en kenmerken in verband worden gebracht met hoe baby’s slapen. Onderzoek suggereert dat bepaalde temperamentkenmerken, zoals hogere negatieve affectiviteit of meer moeite met zelfregulatie, kunnen samenhangen met meer uitdagingen rond slapen.
De wetenschappelijke link
Het concept temperament is degelijk onderbouwd. Het onderzoek naar de link met slaap is echter vrij nieuw en beperkt. Een handvol onderzoeken bekeken de verbanden tussen temperament-dimensies en slaap bij jonge kinderen. In 2024 verscheen de meest recente studie van Breda en collega’s waarin onderzoekers de relatie onderzochten tussen temperament, slaap en gewoonten bij bedtijd bij baby’s.
De onderzoekers vonden dat baby’s met meer ‘negatieve affectiviteit’ gemiddeld:
- korter sliepen tijdens de nacht
- vaker wakker werden
- meer hulp (‘ouderlijke interventies’) kregen
Daarnaast zagen ze dat baby’s die alerter waren voor prikkels uit hun omgeving, vaker slaapproblemen hadden. Eerdere longitudinale onderzoeken vonden verbanden tussen temperament en slaap gedurende het eerste levensjaar. Zo zagen Morales-Muñoz en collega’s dat baby’s met hogere scores op negatieve affectiviteit vaker slaapproblemen hadden op de leeftijd van zowel zes als twaalf maanden. Andere longitudinale studies vonden eveneens dat negatieve reactiviteit samenhing met langere inslaaptijden, meer nachtelijk ontwaken en meer slaapproblemen. Tegelijkertijd bleek ook ouderlijke stress een onafhankelijke bijdrage te leveren, wat benadrukt dat slaap door meerdere factoren wordt beïnvloed.
Andere onderzoekers vonden dat baby’s die emoties intenser beleven, gemiddeld kortere aaneengesloten slaapblokken hadden en dat hun ouders vaker nachtelijk ontwaken rapporteerden. Opvallend is dat deze verbanden in verschillende landen en onderzoeksgroepen terugkeren. Dat maakt het waarschijnlijk dat temperament daadwerkelijk een betekenisvolle factor is binnen het slaapverhaal.
Hoe temperament invloed uitoefent
Onderzoekers hebben verschillende hypotheses over hoe temperament nu juist slaap beïnvloedt.
Een gevoeliger kind kan:
- subtiele geluiden sneller opmerken
- sterker reageren op lichamelijke sensaties
- meer moeite hebben met tot rust komen vanuit een alertheid
- intensere emoties ervaren tijdens overgangen
- meer behoefte hebben aan co-regulatie van een vertrouwde volwassene
Al deze factoren kunnen invloed hebben op hoe gemakkelijk een kind in slaap valt, tussen slaapcycli door verder slaapt of reageert op nachtelijke ontwakingen.
Belangrijk is dat dit niet betekent dat er iets mis is met het kind. Vanuit evolutionair perspectief kunnen eigenschappen zoals waakzaamheid, gevoeligheid en sterke hechtingssignalen zelfs adaptieve kenmerken zijn geweest. Het komt een groep ten goede wanneer bepaalde personen sneller alert zijn voor gevaar bijvoorbeeld.
Vragen voor de toekomst
Hoewel de verbanden tussen temperament en slaap steeds duidelijker worden, blijven er ook belangrijke vragen open.
Onderzoekers weten bijvoorbeeld nog niet precies:
- welke temperamentkenmerken het sterkst samenhangen met slaap
- hoe deze relaties veranderen naarmate kinderen ouder worden
- in welke mate slaap op zijn beurt temperament beïnvloedt
- welke rol cultuur en opvoedingspraktijken spelen
Het is een positieve evolutie dat onderzoeken naar slaap steeds vaker controleren voor temperament. De eerder vernoemde studie uit 2024 zag bijvoorbeeld dat meer ouderlijke interacties bij bedtijd samenhing met minder lange totale slaapduur (hoeveel er dus in totaal geslapen wordt, maar niet met meer nachtelijk ontwaken!). Een terechte vraag die deze onderzoekers vervolgens stellen voor toekomstig onderzoek, is de vraag of baby’s die van nature uit meer regulatie nodig hebben dit ook gewoon krijgen en zo de interacties bij bedtijd bekrachtigen op de lange termijn. Speelt temperament een bepalende rol in hoeveel hulp nodig is en effectief geboden wordt? En is hulp afbouwen überhaupt wel zinvol bij gevoelige baby’s?
Onderzoek van Jian en Teti (2016) suggereert dat slaap zich ontwikkelt in de wisselwerking tussen temperament en de emotionele beschikbaarheid van ouders bij bedtijd. Zowel kindfactoren als relationele factoren lijken dus bij te dragen aan hoe slaap zich ontwikkelt. Vermoed wordt dat gevoelige kinderen meer hulp vragen en die ook krijgen omdat ze die hulp simpelweg nodig hebben.
Een belangrijke nuance is dat we de invloed van temperament echter ook niet mogen overschatten. Hoewel temperament consequent samenhangt met slaap, verklaart het slechts een deel van de verschillen tussen kinderen. Veel kinderen met een hogere negatieve affectiviteit ontwikkelen uiteindelijk naar goede slaap, terwijl sommige rustige baby’s toch slaapproblemen ervaren.
Slaap wordt altijd beïnvloed door een samenspel van factoren:
- neurobiologische rijping
- gezondheid
- voeding
- omgeving
- gezinsdynamiek
- stress
- temperament
- ouder-kind interacties
- …
Geen enkele factor verklaart het volledige plaatje.
De huidige wetenschap is echter wel veelbelovend en toont dat temperament een grotere rol speelt dan lange tijd werd aangenomen.
Een belangrijke boodschap voor ouders
Misschien betekent dit alles dat we wat milder mogen kijken naar kinderen die moeilijk slapen. Dat heeft het alleszins voor mij betekend. Het neemt schuldgevoel weg en het toont aan dat ieder kind unieke noden heeft. Wetenschappelijk gezien is het dus helemaal niet zo simpel als ‘slaapassociaties zorgen voor slecht slapen’ of ‘ik werk slechte slaapgewoonten zelf in de hand’. Slaap is dynamisch en baby’s staan altijd in relatie tot hun omgeving, tot hun ouder(s). Burdayron en collega’s (2021) vonden zo dat baby’s met meer negatieve affectiviteit vaker door hun ouders werden omschreven als kinderen met slaapproblemen. Dit suggereert dat temperament mogelijk ook invloed heeft op hoe nachtelijk gedrag wordt ervaren en geïnterpreteerd. Als jij het ouderschap zwaarder ervaart, beeld je je dit dus niet in.
Sommige kinderen hebben meer ondersteuning nodig om tot rust te komen, omdat hun zenuwstelsel de wereld intenser ervaart.
Wanneer we slaap bekijken door de lens van temperament, verschuift de vraag van:
“Hoe krijg ik mijn kind zo snel mogelijk tot meer en zelfstandig slapen?”
naar:
“Wat heeft dit unieke kind nodig om het slapen te optimaliseren binnen zijn mogelijkheden?”
Meer weten?
In mijn cursus Temperament en Slaap duiken we dieper in de wetenschap achter temperament, prikkelverwerking, gevoeligheid en slaapontwikkeling. Ik toon je hoe je je kindje kan inschalen in de 9 temperamentkenmerken en hoe je leert rekening houden met de unieke prikkelvoorkeuren en de impact op slaap.
Je leert begrijpen waarom sommige kinderen (0-5j) moeilijker slapen, hoe temperament slaap kan beïnvloeden en hoe je hier op een responsieve manier mee kunt omgaan zonder voortdurend te zoeken naar strengere routines of meer consequentie.
Je vindt hem hier terug en krijgt nog de hele week 20% korting op de cursus met de code ‘alert’.
Veel liefs & slaap-mildheid
Hanne
Bronnen
Breda, M., Lucchini, M., Barnett, N., & Bruni, O. (2024). A cross-sectional study on the relationship between infant sleep, temperament, and bedtime practices. Journal of Clinical Sleep Medicine, 20(12), 1965–1974.
Burdayron, R., Butler, B. P., Béliveau, M., Dubois-Comtois, K., & Pennestri, M. (2021). Perception of infant sleep problems: the role of negative affectivity and maternal depression. Journal of Clinical Sleep Medicine, 17(6), 1279–1285
Jian, N., & Teti, D. M. (2016). Emotional availability at bedtime, infant temperament, and infant sleep development from one to six months. Sleep Medicine, 23, 49–58.
Morales-Muñoz, I., Nolvi, S., Virta, M., Karlsson, H., Paavonen, E. J., & Karlsson, L. (2020). The longitudinal associations between temperament and sleep during the first year of life. Infant Behavior and Development, 61, 101485.
Sorondo, B. M., & Reeb-Sutherland, B. C. (2015). Associations between infant temperament, maternal stress, and infants’ sleep across the first year of life. Infant Behavior and Development, 39, 131–135.



